top of page

Grenzen stellen om de fawning-cyclus te doorbreken

  • 13 apr
  • 12 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 29 apr

Je hebt de laatste tijd een enorme hoeveelheid druk ervaren op het werk. Als teamleider ben je verantwoordelijk voor de prestaties van vijf andere medewerkers. Je beheert dagelijkse projecten, je bent betrokken geraakt bij het inwerken van nieuwe collega’s, en je houdt toezicht op marketingcampagnes met een waarde van ver in de miljoenen.

Hoewel je niet onbekend bent met druk, ben je ook al een tijdlang jezelf aan het uitputten. Maar is dat niet normaal voor iemand in jouw positie? Tenslotte ging de promotie gepaard met een mooie loonsverhoging. Het belangrijkste probleem hier is dat je niet alleen professionele verantwoordelijkheden draagt. Je vangt regelmatig het werk van anderen op. Als een teamlid niet naar behoren presteert, neem jij automatisch over. 


Je hebt het altijd moeilijk gevonden om nee te zeggen wanneer iemand om hulp vraagt; in de veronderstelling dat zij hetzelfde voor jou zouden doen. Hoewel “behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden” een mooie levensregel kan zijn, geldt dat niet wanneer dit soort hulp een duidelijk ongezonde vorm aanneemt. Met andere woorden, je hebt het concept van grenzen stellen nog niet echt ontwikkeld.


Komt dit je enigszins bekend voor? Hoe moeilijk vind je het om een verzoek van iemand anders te weigeren? Heb je voortdurend het gevoel dat iedereen op jou rekent voor hulp? Heb je het gevoel dat je niets meer bent dan een soort “vangnet” binnen relaties? Je bent mogelijk niet de enige die met zulke dilemma’s worstelt.


Het onvermogen om grenzen te stellen is één van de vele symptomen die met fawning worden geassocieerd. We kunnen fawning als volgt definiëren:

“Onderdanig gedrag door anderen te pleasen, bedoeld als een manier om je veilig te voelen, conflicten te vermijden, of goedkeuring te verkrijgen.”


Een andere interessante vergelijking werd gemaakt door motivatiespreker Hailey Magee. Zij beschrijft dit soort fawning op een manier die lijkt op een geest die op automatische piloot staat. Hoewel we misschien weten dat we grenzen moeten stellen, kan het bijna onmogelijk zijn om voor onszelf op te komen. Daardoor blijven we ons voelen als de spreekwoordelijke “deurmat” van anderen, en kan ons welzijn op lange termijn beginnen te lijden.


Het is belangrijk om het verschil te verduidelijken tussen zorg dragen voor anderen en het pleasen van hun behoeften via fawning. Er is absoluut niets mis met vrijgevigheid. Integendeel, het is tegenwoordig iets vrij zeldzaams bij mensen. Mensen die volledig gericht zijn op hun eigen verlangens bevinden zich aan de andere kant van het spectrum; zij vertonen gedrag dat vaak als narcistisch en zelfs masochistisch wordt beschouwd. Het probleem is dat grenzen stellen normaal gezien een vanzelfsprekend onderdeel van onze psyche zou moeten zijn. Terwijl sommigen het belang hiervan volledig begrijpen, komt het bij anderen nauwelijks in hen op.


Zoals je misschien al vermoedde, zijn zulke gewoonten zelden het gevolg van één enkele gebeurtenis. Het zijn aangeleerde gedragingen. Ze worden in de loop van de tijd geconditioneerd; zelfs als we ons daar niet van bewust zijn. Daarom moeten we, als we ooit hopen te veranderen, beginnen met het onderzoeken van de psychologische en biologische rol van grenzen stellen. Vervolgens kunnen we kijken naar de redenen waarom zulke grenzen lijken te ontbreken in ons leven. Tot slot wordt het mogelijk om manieren te verkennen waarop we deze potentieel destructieve cyclus kunnen doorbreken. Zoals het gezegde luidt: elke reis begint met de eerste stap.


Waarom stellen we grenzen?

Net zoals bij andere onderwerpen binnen de psychologie bestaat er geen eenduidig antwoord op deze vraag. We kunnen beter streven naar een brede definitie om duidelijkheid te scheppen. In een recente blogpost van Stanford University werd het belang van grenzen stellen benadrukt in relatie tot drie variabelen:


  • Grenzen bevorderen vertrouwen

  • Ze zorgen voor respect

  • Ze helpen ervoor te zorgen dat we niet in gevaar worden gebracht


Klinkt eenvoudig, toch? Op het eerste gezicht wel. We kunnen gemakkelijk verschillende situaties bedenken waarin het stellen van grenzen noodzakelijk is. Op een eerste date gaan met een onbekende, je rol op het werk verduidelijken, en herkennen wanneer een vriend misbruik maakt van je vrijgevigheid zijn drie alledaagse voorbeelden.


Toch kunnen de fundamenten van grenzen stellen worden teruggevoerd tot onze evolutie als mens. Grenzen zijn er om ervoor te zorgen dat we niet in een gevaarlijke situatie terechtkomen. Zo waren de Romeinen terughoudend om de Rubicon over te steken vanwege de hordes zogenaamde barbaren die aan de overkant leefden. In de oudheid trokken mensen zelden verder dan enkele tientallen kilometers van hun woonplaats, omdat ze niet wisten wat ze zouden tegenkomen. Het duurde eeuwen voordat de Vikingen hun grenzen zo ver hadden verlegd dat ze uiteindelijk ontdekten wat we nu Newfoundland noemen.


We zien dus dat er een heel reële logica schuilt achter grenzen; zeker wanneer die het verschil kunnen maken tussen leven en dood. Het is dezelfde instinctieve reactie die onze Neanderthaler voorouders waarschijnlijk ervoeren wanneer een jachttocht hen onverwacht naar onbekend terrein leidde. We kunnen goed begrijpen waarom ze zo snel mogelijk wilden terugkeren naar een veilige, vertrouwde plek.


Grenzen stellen als een fawning-reactie

Wat is dan de link tussen fawning en grenzen stellen? Grenzen zijn in wezen een aspect van fawning als een automatische reactie op een waargenomen bedreiging (emotioneel, fysiek of psychologisch). Toch gaat het hier niet over ons afsluiten van anderen. Integendeel. Mensen die fawning vertonen nemen vaak een onderdanige rol aan om tegemoet te komen aan wat zij denken dat de ander verwacht. Dit kan gebeuren om fysiek misbruik te vermijden of om een ongemakkelijke situatie te ontladen. Het is ook belangrijk om te weten dat fawning wordt beschouwd als een vierde component van de vecht-, vlucht- of bevriesreactie.


Een andere verwarrende factor bij het bespreken van grenzen stellen komt vaak voor bij mensen die in het algemeen last hebben van fawning. Laten we een voorbeeld gebruiken om dit te verduidelijken.


Mary wordt beschouwd als één van de meest gerespecteerde salesmedewerkers binnen haar organisatie. Ze overtreft voortdurend haar targets, ze heeft een groot klantenbestand opgebouwd, en ze gaat nieuwe uitdagingen niet uit de weg. Toch vindt Mary het onmogelijk om grenzen te stellen tussen haar werk en haar privéleven. Ze voelt zich verplicht om e-mails te beantwoorden na de werkuren, en ze heeft al talloze keren diensten van collega’s overgenomen. Dit zorgt voor spanningen in haar relatie, en ze voelt dat een burn-out dichtbij is.


In deze situatie beschikt Mary niet over de nodige vaardigheden om grenzen te stellen zodra haar werkdag voorbij is. De ironie is dit gedrag op haar werk beloond en geprezen wordt.  Daardoor ziet ze weinig reden om iets te veranderen, ook al heeft het emotioneel een negatieve impact op haar.


Bewust, of automatisch?

Een veelgemaakte fout is om te veronderstellen dat mensen die geen grenzen kunnen stellen op de een of andere manier zwak zijn, of emotioneel beperkt. Integendeel, vaak is net het tegenovergestelde waar. Mensen die moeite hebben met het stellen van grenzen zijn vaak net heel empathisch. Ze geven om de behoeften van anderen; zelfs wanneer die op een ongezonde manier belangrijker worden dan hun eigen behoeften.

Er is nog een andere, meer verborgen kant van dit verhaal die we moeten belichten voordat we verdergaan. Fawning is zelden een bewuste reactie. Het zit zo diep ingebakken in ons gedrag dat het onze automatische instelling wordt wanneer we een bedreiging waarnemen. Met andere woorden, we zijn ons er vaak niet eens van bewust dat er een probleem bestaat. Dat maakt het des te moeilijker om iets te veranderen en nieuwe gewoonten aan te leren.


Misschien heb je jezelf in het verleden wel eens afgevraagd: “Waarom heb ik ingestemd om langer te werken? Het was gewoon een vraag van een collega, er was niet eens sprake van druk.” Wat speelt hier precies?


Een belangrijke conclusie is dat het niet stellen van grenzen (en fawning in het algemeen) automatisch geactiveerd kan worden door een eerdere situatie die ons erg ongemakkelijk heeft laten voelen. Als we het voorbeeld van overwerken nemen, kan het zijn dat je ooit eens geweigerd hebt, en dat dit toen tot een conflict met een collega leidde. Omdat je zo’n situatie liever vermijdt, ben je nu sneller geneigd om toe te geven; zelfs als je weet dat dit niet in jouw eigen belang is.


Tot nu toe hebben we vooral gekeken naar de psychologische redenen achter het stellen van grenzen. Maar laten we nog een stap verder gaan. We bekijken nu acht situaties die duidelijk maken waarom grenzen stellen zo belangrijk is. Zo wordt het makkelijker om enkele waardevolle inzichten te verkrijgen.


Ongewenste aanraking

Merk op dat dit eerste voorbeeld niet seksueel bedoeld is. Het kan net zo goed gaan over de relatie tussen twee goede vrienden. Stel bijvoorbeeld dat een vriendin voortdurend aan je haar zit; zelfs nadat je eerder hebt aangegeven dat dit je ongemakkelijk laat voelen.


In dit geval kunnen beide partijen een rol spelen. Je vriendin heeft mogelijk moeite om jouw grenzen te respecteren. Tegelijk kan jij je schuldig voelen om haar eraan te herinneren dat je het niet fijn vindt dat ze je haar aanraakt. Wat hier eigenlijk ontstaat, is een wederzijds gebrek aan afstemming. Het probleem is dat als geen van jullie beiden deze kloof overbrugt, de kans groot is dat het gedrag blijft aanhouden. Uiteindelijk kan zelfs de vriendschap onder druk komen te staan als dit niet wordt aangepakt.


Te weinig persoonlijke ruimte

Dit is een ander zeer veelvoorkomend symptoom bij iemand die moeite heeft met het stellen van grenzen. Doordat je voortdurend je best doet om anderen te pleasen (fawning), kan je beginnen merken dat je persoonlijke ruimte steeds kleiner wordt. We hebben het hier niet alleen over fysieke ruimte. Persoonlijke ruimte heeft net zo goed te maken met je gedachten en gevoelens.


Misschien begin je bijvoorbeeld te denken dat niemand geïnteresseerd is in wat jij te zeggen hebt. Dat hoeft niet per se waar te zijn. Als jij voortdurend bezig bent om iedereen rondom je tevreden te houden, hebben anderen vaak geen ruimte meer om te vragen hoe het met jou gaat. Je bent zo bezig met hoe anderen zich voelen, dat je als het ware “buitengesloten” raakt van je eigen innerlijke ruimte.


Daarnaast kan dit ook een vorm van bescherming zijn. Sommige mensen die moeite hebben met grenzen ervaren schuldgevoelens over hun eigen reacties. Het is dan makkelijker om die gevoelens te negeren en ze weg te stoppen in je persoonlijke ruimte. Door meer aandacht te geven aan anderen dan aan jezelf, kan je negatieve gevoelens tijdelijk wat verzachten; al is dat meestal maar van korte duur.


Ongepaste seksuele toenadering

Er zijn ook situaties waarin moeite met grenzen stellen een grote impact kan hebben op je leven. Een fictief voorbeeld kan dit verduidelijken, en het is er één om serieus te nemen.


Cindy is al een paar weken aan het daten met Brian. Hij maakt voortdurend seksuele avances, en zij voelt niet dat ze het recht heeft om zijn wensen te weigeren. Daardoor is de relatie veel sneller geëvolueerd dan ze eigenlijk wilde. Ze heeft zich al meerdere keren overschreden gevoeld, en hoewel ze vermoedt dat Brian wel aanvoelt hoe zij zich voelt, lukt het haar nog steeds niet om nee te zeggen. Ze neemt daardoor een rol aan waarin ze eigenlijk niet vrijwillig participeert, en Cindy is bang dat als ze dit onderwerp aankaart, ze de relatie zal beschadigen.


Hoewel Brian duidelijk verantwoordelijkheid draagt voor zijn ongepaste gedrag, zou Cindy ook haar grenzen moeten kunnen uitspreken zonder angst voor negatieve gevolgen. Dit is een vrij herkenbaar voorbeeld van wat men seksuele fawning noemt; een thema dat de laatste tijd steeds meer aandacht krijgt door hoe vaak het voorkomt.


De drang om persoonlijke informatie te delen

Herinner je je het idee van persoonlijke ruimte dat we eerder bespraken? Dit voorbeeld sluit daar direct op aan. Net zoals het moeilijk kan zijn om grenzen te stellen wanneer je de behoeften van anderen op de eerste plaats zet, kunnen er ook momenten zijn waarop je druk voelt om dingen te delen die eigenlijk privé zouden mogen blijven.


Stel je bijvoorbeeld voor dat je bevriend raakt met een collega. Zij praat heel open over haar seksleven, terwijl jij eerder terughoudend bent. Toch begin je je zorgen te maken dat als jij niets deelt, zij misschien zal denken dat je de vriendschap niet belangrijk vindt. Je gaat uiteindelijk toch mee in het gesprek, om je nadien meteen ongemakkelijk te voelen omdat je iets hebt gedeeld dat eigenlijk niet van jou alleen is om te vertellen.

In dit geval heb je je grenzen rond privacy niet duidelijk gesteld. Tegelijk wordt het moeilijker om te erkennen dat als iemand je herhaaldelijk in een ongemakkelijke positie duwt, die persoon misschien niet de soort vriend is die jij nodig hebt.


Gevoelens van diepe schuld wanneer je anderen teleurstelt

Je hebt eindelijk de moed gevonden om deel te nemen aan een 5 kilometerloop. Na minstens twee maanden trainen voelde je je klaar om mee te doen. Hoewel je niet verwachtte om als eerste te eindigen, geloofde je wel dat je het goed zou doen. Je nodigde vrienden, familie en enkele collega’s uit. Helaas liep het anders dan gepland. Door een gebrek aan uithoudingsvermogen kon je de wedstrijd niet uitlopen.


Na het verlaten van de race werd je meteen getroost door je vrienden. Hun complimenten kwamen echter niet echt bij je binnen, en een stemmetje in je hoofd bleef herhalen: “Ik ben deze waardering niet waard.” Daardoor lukte het je niet om hun steun echt te voelen.


Ook dit kan voortkomen uit een patroon waarbij je anderen altijd op de eerste plaats zet. Omdat je zo bezig bent met hoe anderen zich voelen, ben je vergeten hoe je complimenten die naar jou gericht zijn kan ontvangen en verwerken (of in dit geval: je prestatie).


Je hebt het gevoel dat je de deurmat van anderen bent

Dit is misschien wel het meest voorkomende kenmerk bij mensen die moeite hebben met grenzen stellen. Je kan het gevoel niet loslaten dat je slechts een bijzaak bent in het leven van anderen. Misschien geloof je ook dat jouw gevoelens minder belangrijk zijn, of dat je alleen waardering krijgt door anderen op een voetstuk te plaatsen. Hoe dan ook, dit kan een negatieve impact hebben op je zelfbeeld.


Typische voorbeelden zijn het gevoel hebben dat je er een beetje “bij hangt” op een feestje, je eigen gevoelens op de tweede plaats zetten wanneer anderen hun mening delen, of denken dat niemand echt respect voor je heeft. Dat laatste kan zelfs deels kloppen. Omdat je al zo vaak over je grenzen bent gegaan, kunnen mensen rondom je het gevoel hebben dat ze geen rekening met je hoeven te houden.


Je bent op een punt gekomen waarop pleasen je uitput

Dit laatste signaal ontstaat meestal wanneer je al langere tijd vastzit in een patroon van people pleasing. Deze gewoonte kan je emotionele energie langzaam uitputten en leiden tot verschillende klachten. Denk aan mentale vermoeidheid, slecht slapen, een constant opgejaagd gevoel en zelfs depressieve gevoelens.


We hoeven niet verbaasd te zijn dat dit gebeurt. Wanneer je al je energie in anderen steekt, komen je eigen behoeften automatisch op de achtergrond te staan. Tegelijk is het belangrijk om te beseffen dat vermoeidheid niet altijd alleen wijst op het niet stellen van grenzen. Het is een signaal dat best bekeken wordt in combinatie met de andere situaties die we eerder hebben besproken.


Is people pleasing echt zo’n ernstig probleem?

Velen van ons zijn opgegroeid met de uitspraak “behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden”. Betekent dit dan dat het ongezond is om jezelf volledig weg te cijferen voor iemand anders? Niet noodzakelijk. Het gaat erom dat je ergens een grens trekt in hoeveel je bereid bent op te offeren. Bovendien geldt dat gedrag dat dwangmatig wordt, vaak een negatieve invloed heeft op je mentale evenwicht.


Eén van de beste manieren om te bepalen of je aan je people pleasing patroon moet werken, is om de situaties uit dit artikel nog eens rustig door te lezen. Probeer zo eerlijk mogelijk te zijn en stel jezelf de vraag op hoeveel van deze situaties van toepassing zijn op jouw leven vandaag. Als je jezelf in meerdere voorbeelden herkent, is de kans groot dat het zinvol is om je relaties met anderen eens opnieuw te bekijken.


Hoe doorbreek je deze cyclus?

Opnieuw is het belangrijk om te beseffen dat people pleasing een vorm van fawning is. Daarom vraagt het ook een gelijkaardige aanpak. In plaats van automatisch in een onderdanige houding te schieten om een vermeende bedreiging te vermijden of om je veilig te voelen, is het gezonder om een meer assertieve houding te ontwikkelen. Zo kan je zowel de behoeften van anderen respecteren als je eigenwaarde duidelijk maken aan de mensen om je heen.


Uiteindelijk is het niet eenvoudig om de gewoonte te doorbreken om altijd de behoeften van anderen voorop te stellen. Het kan ook lastig zijn om toe te geven dat je relaties misschien niet op de juiste manier benadert. Daarom kan het waardevol zijn om met een professionele therapeut te praten en je zorgen te delen.


Het goede nieuws is dat, net zoals elk aangeleerd gedrag, ook dit patroon opnieuw kan worden aangeleerd op een andere manier. Door een meer evenwichtige benadering te ontwikkelen, wordt het mogelijk om diepgaande en gezonde relaties op te bouwen, en tegelijk afstand te nemen van mensen die niet bijdragen aan jouw welzijn.

Veelgestelde vragen

Waarom is het belangrijk om grenzen te stellen in het leven?

Grenzen maken voor anderen duidelijk waar jouw limieten liggen. Ze geven je een referentiekader om jezelf beter te leren kennen en te toetsen, en ze dragen bij aan wederzijds respect in relaties.


Waarom vinden sommige mensen het moeilijk om hun eigen grenzen te stellen?

Mensen die moeite hebben met het stellen van duidelijke grenzen, zijn vaak ook gevoeliger voor fawning. Ze vertonen eerder aangepast of onderdanig gedrag om anderen tevreden te houden, om mogelijke spanningen te vermijden en om een gevoel van veiligheid te behouden.


Kan het onvermogen om grenzen te stellen voortkomen uit ervaringen in de kindertijd?

Net zoals bij fawning, wordt vaak aangenomen dat we onze omgang met grenzen al op jonge leeftijd ontwikkelen. Wanneer iemand in de kindertijd te maken heeft gehad met bepaalde vormen van trauma, kan het later moeilijker zijn om gezonde grenzen te herkennen en aan te geven in relaties met anderen.


Wat zijn signalen dat ik moeite heb met het stellen van grenzen?

Veelvoorkomende signalen zijn een sterk schuldgevoel wanneer je iemand teleurstelt, het tolereren van ongepast gedrag (bijvoorbeeld op seksueel vlak), en het gevoel dat anderen voortdurend over je heen lopen zonder duidelijke reden.


Is het mogelijk om dit patroon te veranderen?

Het leren stellen van duidelijke grenzen vraagt tijd en oefening. Het betekent dat je stap voor stap een meer assertieve houding ontwikkelt, je eigenwaarde leert erkennen en bewuster wordt van hoe je situaties interpreteert, zodat je het grotere geheel beter kan begrijpen.

Bronnen:


persoon voor het raam in het zonlicht

 
 
bottom of page