top of page
side-view-happy-partners-hugging.jpg

Hoe herken je Fawning?

Veel mensen herkennen het pas jaren later, wanneer ze merken dat ze zich voortdurend aanpassen, dat ze al die tijd geleefd hebben vanuit de fawning stressrespons. 

Er zijn duidelijke gedragingen die je helpen herkennen dat je vanuit fawning handelt. Niet iedereen toont deze patronen op dezelfde manier, maar de rode draad is altijd dezelfde: je past jezelf aan om verbinding, rust of veiligheid te bewaren.

1 Je voelt voortdurend druk om het “goed” te doen

Fawning uit zich vaak in perfectionisme. Je legt de lat extreem hoog voor jezelf, niet alleen omdat je kwaliteit belangrijk vindt, maar omdat je onbewust gelooft dat fouten maken gevaarlijk is. Een fout kan kritiek, teleurstelling of afwijzing oproepen – en dus doe je er alles aan om dat te voorkomen.

Voorbeeld:
Je werkt tot laat aan een project dat eigenlijk al klaar is, maar je vindt telkens wel iets die nog beter kan. Je bent bang iemand teleur te tellen en de gedachte dat iemand je werk “niet goed genoeg” zou vinden, voelt heel beangstigend aan. 

2 Je neemt verantwoordelijkheid die eigenlijk niet van jou is

Een ander herkenbaar patroon is de bemiddelaar: je probeert conflicten op te lossen die niet van jou zijn, je sust spanningen en zoekt harmonie – vaak ten koste van jezelf. Je voelt je ongemakkelijk wanneer mensen boos of teleurgesteld zijn, zelfs als dat niks met jou te maken heeft.

Voorbeeld:
In een groep ontstaat een discussie en jij duikt er onmiddellijk tussen, niet omdat jij er last van hebt, maar omdat je paniek voelt als er spanning in de lucht hangt.

3 Je zet je eigen behoeften automatisch opzij

Mensen die fawnen zijn vaak de zorgende of de helper in een groep. Je voelt haarfijn aan wat anderen nodig hebben en je reageert sneller op hun behoeftes dan op die van jezelf.

Voorbeeld:
Je bent uitgeput, maar als iemand je om hulp vraagt, zeg je toch ja. Pas later voel je dat je weer over je grenzen gegaan bent maar je durft dat niet te uiten.

4 Je gebruikt humor om spanning te vermijden

Sommigen herkennen zichzelf in de grappenmaker. Je relativeert alles weg, maakt situaties licht en brengt anderen aan het lachen maar eigenlijk doe je dit om ongemak te vermijden. Humor wordt een schild dat spanning op afstand houdt.

Voorbeeld:
Iemand maakt een pijnlijke opmerking en jij maakt er een grapje over en lacht het weg, zelfs al raakt het je diep vanbinnen.

5 Je werkt harder dan nodig om “van waarde” te zijn

Een veelvoorkomend patroon is de workaholic: altijd bezig, altijd beschikbaar, altijd nog een beetje meer doen. Niet alleen vanuit ambitie, maar vanuit angst dat stilvallen zou tonen dat je niet genoeg bent.

Voorbeeld:
Als je een moment niets te doen hebt, voel je je schuldig. Je denkt dat je moet blijven presteren om waardering te verdienen.

6 Je zegt ja terwijl je nee voelt

Een klassiek signaal van fawning is geen grezen kunnen stellen. Je zegt ja op verzoeken waar je eigenlijk geen tijd voor hebt. Je weet soms zelfs niet meer wat je eigen grenzen zijn, omdat je jarenlang vooral afgestemd bent geweest op anderen.

Voorbeeld:
Je stemt in om mee te gaan naar een feest terwijl je er helemaal geen zin in hebt, gewoon omdat je de ander niet wil teleurstellen. 

7 Je emoties verdwijnen of worden aangepast

Fawning maakt dat je je emoties onderdrukt of aanpast om te voorkomen dat je “te veel” bent voor anderen. Je toont vooral de emoties die veilig zijn, begrip, vriendelijkheid, mildheid, en verbergt boosheid, frustratie of verdriet.

Voorbeeld:
Je voelt je gekwetst maar zegt: “Het is oké, geen probleem”, terwijl het huilen je nader staat dan het lachen.

8 Je voelt je schuldig wanneer je voor jezelf kiest

Een ander signaal is onterecht schuldgevoel. Je voelt je schuldig wanneer je rust neemt, grenzen aangeeft of voor jezelf kiest. Jarenlang heeft je brein geleerd dat “voor jezelf zorgen” egoïstisch is en dat je eerst voor de ander moet zorgen. 

9 Je past jezelf aan afhankelijk van wie voor je staat

Mensen die fawnen kunnen bijna “versmelten” met de ander: je woorden, houding, behoeften en energie veranderen automatisch. Het is alsof jouw systeem continu scant wat de ander nodig heeft en daarop inpikt.

Voorbeeld:
Bij de ene persoon ben je energiek, bij de andere rustig, bij de volgende behulpzaam – je verandert zonder dat je het doorhebt.

10 Je vermijdt conflicten 

Fawning is in essentie een strategie om spanning te vermijden. Daarom ga je conflicten uit de weg, zelfs als dat betekent dat je jezelf tekortdoet. De angst voor afwijzing is groter dan de drang om voor jezelf op te komen.

Voorbeeld:
Je aanvaard een onevenwichtige overeenkomst gewoon om het conflict met de ander te vermijden. 

bottom of page